Burgemeester en wethouders brengen de kosten die verbonden zijn aan het overbrengen van een voertuig naar de plaats van bewaring, alsmede aan het bewaren van het voertuig op de plaats van bewaring, in rekening bij de rechthebbende van het betreffende voertuig conform de aan de gemeente in rekening gebrachte kosten. Deze kosten kunnen bestaan uit kosten voor loze ritten, voorrijdkosten, wegsleepkosten en de stallingskosten.
De kosten, verbonden aan het verzenden van de kennisgeving van overtreding, de bekendmaking van de beschikking waaronder begrepen de kosten ter opsporing van degene aan wie de beschikking moet worden bekendgemaakt, de kosten van inbewaringstelling, de verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van een voertuig, alsmede de in verband daarmee te verrichten taxatie, zullen afzonderlijk bij beschikking worden vastgesteld.
Bij de vaststelling van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, kunnen indirecte kosten tot ten hoogste 15% van de directe in aanmerking worden genomen.