1.6.1 VTH-beleid 2023-2026
In het VTH-beleid 2023-2036 omgevingsrecht gemeente Heerlen is aangegeven hoe uitvoering wordt gegeven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van het omgevingsrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening. Het huidige VTH-beleidsplan verwijst wel naar de Wkb, maar voorziet nog niet in werkwijzen en keuzes die gemaakt worden als gevolg van het stelsel van kwaliteitsborging. Dit Wkb-beleid is dan ook een aanvulling op het VTH-beleid.
1.6.2 Wat regelen we in het Wkb-beleid?
Heel veel onderdelen met betrekking tot de bouwregelgeving liggen al vast, bijvoorbeeld in het Bbl. Dit zijn landelijk uniform geformuleerde regels. De wetgever heeft echter uitdrukkelijk aangegeven dat de gemeente zelf bepaalt hoe zij invulling geeft aan het stelsel van kwaliteitsborging. Wanneer de gemeente mag toetsen, toezicht houden en handhaven staat vast. Niet is geregeld wanneer en hoe de gemeente van haar bevoegdheden bij bouwwerken uit gevolgklasse 1 gebruik zal maken. Het Wkb-beleid is vooral geschreven om daaraan invulling te geven. Gelet op de grote lokale kennis die de gemeente heeft, kan de gemeente in lokaal beleid de bijzondere lokale omstandigheden uitschrijven. De kwaliteitsborger moet in zijn risicobeoordeling rekening houden met dat lokale beleid.
Het Wkb-beleid is in hoofdstuk 3 geformuleerd aan de hand van drie stappen in het bouwproces:
De bouwmelding onder kwaliteitsborging
Tijdens de bouw
De gereedmelding onder kwaliteitsborging
Er zijn echter ook raakvlakken met andere onderdelen van bouwen onder de Omgevingswet die dit Wkb-beleid (kort) behandelt. Zo geldt voor bouwwerken naast de bouwmelding en gereedmelding onder kwaliteitsborging een informatiemoment start bouw en een informatiemoment einde bouw.
Voor bouwwerken onder gevolgklasse 1 is veelal ook een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit vereist. De informatie bij de vergunningaanvraag en informatie uit de bouwmelding onder kwaliteitsborging kunnen voor de gemeente aanleiding zijn om informatie- en stopmomenten in te lassen. Het Wkb-beleid gaat ook daarop in.
Risico’s door bijzondere omstandigheden
Bijzondere lokale omstandigheden, zoals de bodemgesteldheid, maken dat er zich ook specifieke risico’s kunnen voordoen waardoor een bouwwerk niet aan de bouwtechnische voorschriften voldoet. Voor de kwaliteitsborger moeten deze bijzondere lokale omstandigheden kenbaar zijn, zodat deze bij het opstellen van zijn risicobeoordeling daarmee rekening kan houden. Aan de hand van zijn risicobeoordeling stelt de kwaliteitsborger het borgingsplan op waarin hij aangeeft hoe hij met de risico’s omgaat en welke beheersmaatregelen hij neemt.
De initiatiefnemer moet de risicobeoordeling en het borgingsplan van de kwaliteitsborger als onderdelen van de bouwmelding onder kwaliteitsborging indienen. Na ontvangst van de bouwmelding beoordeelt de gemeente de risicobeoordeling en het borgingsplan. Bij de beoordeling van de risicobeoordeling en het borgingsplan wordt gekeken of voldoende rekening is gehouden met deze omstandigheden. Indien dit niet het geval is, dan is er sprake van een onvolledige melding. Zonder volledige bouwmelding mag niet vier weken later met de bouwwerkzaamheden worden begonnen.
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat voor Heerlen minimaal als bijzonder lokale omstandigheden de na-ijleffecten van de mijnbouw en niet gesprongen explosieven van toepassing zijn. Overige bijzonder lokale omstandigheden zoals bijvoorbeeld oude funderingen en/of materialen in de ondergrond of gevoelige locaties worden momenteel onderzocht.
De bijzondere lokale omstandigheden zijn terug te vinden op de website van de gemeente Heerlen. Per omstandigheid wordt aangegeven hoe de informatie geraadpleegd kan worden. Specifieke risico’s voor een locatie worden uiteindelijk gekoppeld in of aan het omgevingsplan. Daarnaast worden de specifieke risico’s bij de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kenbaar gemaakt.