Met de komst van het stelsel van kwaliteitsborging vindt een verschuiving van taken plaats van het gemeentelijk bouwtoezicht naar de kwaliteitsborger. Dit heeft invloed op de rol van het gemeentelijk bouwtoezicht. Ook verschuiven toezichtstaken vanuit de vergunningfase naar de bouwfase.
Vooralsnog zal dit stelsel van kwaliteitsborging alleen gelden voor bouwwerken uit gevolgklasse 1 gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De kern van de verdeling van bevoegdheden onder het stelsel van kwaliteitsborging voor gevolgklasse 1 komt op het volgende neer:
de kwaliteitsborger controleert de bouwtechnische kwaliteit van het bouwplan in zijn risicobeoordeling en borgingsplan, van het bouwwerk tijdens de bouw en voor de gereedmelding;
de gemeente controleert of de kwaliteitsborger een bouwwerk mag borgen (gecertificeerd is) en of hij mag werken met een toegestaan instrument voor kwaliteitsborging;
de onafhankelijke toelatingsorganisatie houdt wettelijk toezicht op de instrumenten voor kwaliteitsborging en instrumentaanbieders, onder andere door steekproefsgewijze inspecties bij bouwprojecten uit te voeren;
de instrumentaanbieder geeft toestemming aan de kwaliteitsborger om met zijn door de toelatingsorganisatie toegelaten instrument te werken. De instrumentaanbieder staat onder toezicht van de toelatingsorganisatie en houd zelf toezicht op de kwaliteitsborger;
toepassing van een door de toelatingsorganisatie toegelaten instrument voor kwaliteitsborging door een kwaliteitsborger geeft voor de gemeente een gerechtvaardigd vertrouwen dat het bouwwerk zal voldoen aan de bouwtechnische voorschriften;
de gemeente toetst een bouwplan uit gevolgklasse 1 dat onder het stelsel van kwaliteitsborging valt, niet langer preventief inhoudelijk aan de bouwtechnische voorschriften. Er geldt voor bouwwerken uit gevolgklasse 1 namelijk geen bouwtechnische vergunningplicht. In de plaats daarvan moet de initiatiefnemer een bouwmelding onder kwaliteitsborging bij de gemeente indienen. Bij die bouwmelding ontvangt de gemeente geen technische tekeningen en berekeningen. Deze zijn bij de gereedmelding wel beschikbaar in het dossier bevoegd gezag. Daarnaast kan de gemeente op grond van Bbl artikel 2.20 tussentijds berekeningen en tekeningen opvragen als hier aanleiding voor is.;
de gemeente blijft wel wettelijk belast met het toezicht op de naleving van de bouwtechnische voorschriften en de handhaving. De gemeente geeft hieraan invulling overeenkomstig dit Wkb-beleid;
de gemeente blijft verantwoordelijk voor de controle op het nalevingsgedrag m.b.t. de omgevingsveiligheid uit hoofdstuk 7 Bbl. Denk hierbij aan zaken als de inrichting van de bouwplaats en de veiligheid van belendende percelen. De kwaliteitsborger gaat niet over deze omgevingsveiligheid. Wel dient informatie over de omgevingsveiligheid bij een gevolgklasse 1-bouwwerk gelijktijdig met de bouwmelding onder kwaliteitsborging aan de gemeente te worden verstrekt op grond van artikel 7c Bbl;
de gemeente verleent de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit (“binnen-” of “buitenplans”: OPA onderscheidenlijk BOPA) waarbij gekeken wordt naar ruimtelijke aspecten en het gebruik en eventuele welstandseisen zoals vormgeving/kleur/materiaalgebruik/soort materiaal. De gemeente verleent veelal (de aanvrager bepaalt de volgorde) deze OPA of BOPA voordat de initiatiefnemer de bouwmelding onder kwaliteitsborging indient;
de gemeente houdt toezicht op de omgevingsplanactiviteit. Als een bouwwerk niet wordt uitgevoerd conform de OPA of BOPA zijn de vervolgstappen zoals opgenomen in het VTH-beleid onverkort van toepassing.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.8
Invullen toezichthoudende rol
Onderdeel van Wkb-beleid 2024-2026 gemeente Heerlen