Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

De bouwmelding onder kwaliteitsborging

Onderdeel van Wkb-beleid 2024-2026 gemeente Heerlen

Vier weken voor de geplande start van de bouwactiviteiten moet er overeenkomstig artikel 2.18 van het Bbl een bouwmelding worden gedaan aan het bevoegd gezag. Alle meldingen t.a.v. het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen moet volgens artikel 2.16 van het Bbl worden gedaan door degene die het bouwwerk bouwt (normadressaat). Hieronder wordt echter ook de initiatiefnemer van de bouwactiviteit of een gemachtigde verstaan, maar het normadressaat maakt wel duidelijk dat tijdens de bouw de bouwer direct kan worden aangesproken door de kwaliteitsborger maar ook door het bevoegd gezag. Hiermee wordt ook geregeld dat de melding eigenlijk nog niet kan worden gedaan als nog niet bekend is wie het bouwwerk gaat bouwen. De melder kan dus de initiatienemer/opdrachtgever zijn, maar ook de aannemer, de architect of een andere gemachtigde namens de opdrachtgever. Wie de meldingen doet zal afhangen van de tussen de betrokkenen gemaakte (privaatrechtelijke) afspraken. In de praktijk zijn de opdrachtgever en de bouwer van het bouwwerk de partijen die aan de regels m.b.t. de Wkb moeten voldoen. Opmerking: de kwaliteitsborger is onafhankelijk en doet nooit de bouwmelding. Nu de kwaliteitsborger de risicobeoordeling en het borgingsplan moet opstellen, omdat er zonder beide geen rechtsgeldige bouwmelding kan worden gedaan, is het zaak dat een initiatiefnemer tijdig contact opneemt met een kwaliteitsborger om deze stukken op te stellen. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om de kwaliteitsborger in te schakelen. Het bevoegd gezag zal binnen vier weken moeten beoordelen of de bouwactiviteit onder gevolgklasse 1 van de Wkb valt. Is dat niet het geval dan zal het bevoegd gezag degene die de melding heeft verzorgd erover moeten informeren dat er geen bouwmelding kan worden gedaan en dat een reguliere omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Het is de taak van het bevoegd gezag om de bouwmelding te controleren op volledigheid. Er moet worden gecontroleerd of de ingediende gegevens voldoen aan artikel 2.19 lid 1 Bbl. De bouwmelding bevat naast de algemene projectgegevens, gegevens met betrekking tot: de kwaliteitsborger; het te gebruiken instrument voor de kwaliteitsborging; de risicobeoordeling van het bouwproject en; het borgingsplan. De bouwmelding is maximaal een jaar geldig. Binnen deze termijn moet er gestart worden met de bouw anders vervalt de bouwmelding. In dat geval zal er een nieuwe bouwmelding moeten worden gedaan, waarbij het bouwplan mogelijk moet worden aangepast aan de wijzigingen in de bouwregelgeving t.o.v. de vorige bouwmelding. 2.3.1 De risicobeoordeling In artikel 2.19 lid 1 onder h Bbl staat waaraan de risicobeoordeling moet voldoen. De kwaliteits-borger moet de risico’s beoordelen die van invloed zijn op het bouwwerk om te voldoen aan de hoofdstukken 4 en 5 Bbl. Daarnaast moet volgens artikel 2.19 lid 2 Bbl in de risicobeoordeling rekening worden gehouden met bijzondere lokale omstandigheden. De risicobeoordeling en het borgingsplan zijn twee afzonderlijke vereisten, die gezamenlijk in één document of separaat mogen worden aangeleverd. De gemeente Heerlen zal de risicobeoordeling (steekproefsgewijs) op inhoud controleren. 2.3.2 Het borgingsplan De eisen waaraan een borgingsplan moet voldoen zijn vastgelegd in artikel 3.80 van het Bkl. Voldoet een borgingsplan niet aan deze eisen dan is het niet volledig en wordt de bouwmelding beschouwd als niet gedaan. In het borgingsplan wordt beschreven hoe risico’s worden voorkomen of beperkt. Het gaat hier om risico’s waardoor het gerealiseerde bouwwerk niet aan de bouwtechnische regels voldoet. De inspectiepunten en controlemomenten in het borgingsplan moeten zijn gebaseerd op de risico’s die met het ontwerp, het bouwplan en de uitvoering samenhangen, zoals het type bouwwerk, de gekozen bouwwijze, de lokale omstandigheden of de belendingen. Wordt een bepaald risico in de risicoanalyse genoemd maar ontbreekt hiervoor de beheersmaatregel in het borgingsplan, dan is er sprake van een borgingsplan dat niet voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. De bouwmelding is dan niet volledig. Wanneer zich dit voordoet kan het bevoegd gezag aanvullende informatie opvragen (op basis van artikel 2.20 Bbl en/of de Awb) om zelf tijdens de bouw op het betreffende onderdeel toezicht te houden. Het bevoegd gezag brengt de melder hiervan zo snel mogelijk op de hoogte, uiterlijk binnen 4 weken na de bouwmelding. 2.3.2 Nadere informatie en (constructieve) gegevens Naast de vereiste gegevens die zijn gesteld in artikel 2.19 Bbl kan het bevoegd gezag, nadat de bouwmelding is gedaan, op basis van het daaropvolgende artikel 2.20 specifieke, al dan niet constructieve, informatie opvragen over specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd. Deze informatie zal in principe worden opgevraagd bij degene die daadwerkelijk over deze informatie moet beschikken. Het opvragen van informatie op grond van artikel 2.20 Bbl staat los van de inhoud van de bouwmelding. Het betreft hier de aanvullende bevoegdheid tot het opvragen van (toezichts)informatie. De gemeente zal van deze bevoegdheid gebruikmaken als hier een goede aanleiding voor is. Dit kan bijvoorbeeld omdat de gemeente twijfels heeft over de constructieve veiligheid en/of brandveiligheid. Een andere mogelijke reden is dat het borgingsplan geen of onvoldoende rekening houdt met bijzondere lokale omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel