Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Gereedmelding onder kwaliteitsborging

Onderdeel van Wkb-beleid 2024-2026 gemeente Heerlen

Uiterlijk twee weken voor de geplande ingebruikname moet er door de bouwer een gereedmelding worden gedaan aan het bevoegd gezag dat hij het gebouw of bouwwerk in gebruik wil nemen. Degene die de bouwmelding heeft gedaan, moet ook de gereedmelding doen. De datum van indiening van de bouwmelding is het ijkpunt voor het moeten voldoen aan de eisen van de bouwregelgeving bij de gereedmelding. Het is de taak van het bevoegd gezag om de gereedmelding te controleren op volledigheid. Gecontroleerd moet worden of de ingediende gegevens voldoen aan het gestelde eisen in artikel 2.21 Bbl. De gereedmelding bevat: de algemene projectgegevens; het dossier bevoegd gezag; de verklaring van de kwaliteitsborger dat het gebouwde voldoet aan hoofdstuk van 4 en 5 van het Bbl. Aan de eisen voor de inhoud van het dossier bevoegd gezag is expliciet toegevoegd dat er informatie wordt verstrekt over de wijze waarop bij het bouwen rekening is gehouden met de in het borgingsplan opgenomen risico’s. Hiermee ontvangt het bevoegd gezag niet alleen vooraf alle informatie over de risico’s en voorgenomen borging, maar ook achteraf over hoe hiermee is omgegaan. Dit betreft ook de noodzakelijke informatie die niet te achterhalen valt, anders dan door destructief onderzoek. Zo nodig kan het bevoegd gezag in het kader van haar handhavende bevoegdheden in de verschillende fasen optreden. Uiteraard geldt hierbij, net zoals bij de indieningvereisten voor een omgevingsvergunning of andere melding, dat indien het onderdeel niet van toepassing is op het bouwwerk, de betreffende gegevens niet hoeven te worden overlegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel