Indien de vergunninghouder gebruik maakt van elektrische energie, dient deze betrokken te worden vanuit een door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorziening.
De elektrische installatie die de vergunninghouder gebruikt:
voldoet aan de norm NEN 1010 (veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties);
is voorzien van groepszekeringen en een aardlekschakelaar met een normale aanspreekstroom van 30 mA;
maakt ten behoeve van verlichting uitsluitend gebruik van spaarlampen of LEDlampen.
Kabels die in de looppaden op de grond liggen, worden zodanig afgedekt met rubberen afdekmatten, dat zij geen gevaar opleveren voor personen of voertuigen van hulpdiensten.
Indien de vergunninghouder elektrische energie betrekt vanuit de door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorzieningen, wordt dat op de vergunning vermeld.
Aan het gebruik van elektriciteit zijn kosten verbonden.