1. Het college legt de boete op bij overtreding van de artikelen: 2.38, 2.39, 2.40, vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51, 2.52 en 4.17van de wet.
2. In het geval de verplichtingen als bedoeld in de wet moeten worden vervuld door een ander dan de ingeschrevene of aangifteplichtige zelf, wordt de boete opgelegd aan degene op wie de verplichting ingevolge de wet wel rust.
3. De boete wordt binnen drie jaar nadat het college de overtreding heeft geconstateerd, opgelegd.
4. Als er op grond van de wet aan meerdere personen een boete kan worden opgelegd ten aanzien van dezelfde overtreding en het college besluit de boete ook aan meerdere personen op te leggen, dan zijn deze personen afzonderlijk hoofdelijk voor de gehele boete aansprakelijk.
5. Bij de toepassing van deze beleidsregel is titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.
Artikel 3
Algemene bepalingen
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Halderberge