1. Voor het opleggen van een boete moet er sprake zijn van verwijtbaarheid.
2. Het college kan van het opleggen van een boete afzien of kan een boete matigen indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat het opleggen van een boete een onevenredig zware sanctie is op grond van:
a. de ernst van de overtreding;
b. de mate van verwijtbaarheid;
c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;
d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert.
3. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien bijzonder omstandigheden van toepassing zijn, waarmee bij de vaststelling van deze beleidsregel geen rekening is gehouden.
Artikel 5
Verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Halderberge