**1..** Ter beoordeling van de noodzaak tot de toekenning als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de verordening hanteert het college het afwegingskader als opgenomen in bijlage 1.
**2..** Bij de toekenning houdt het college altijd rekening met de leeftijd van de jeugdige, veiligheid en de unieke eigenschappen van de jeugdige.
**3..** Het college besluit tot het toekennen van aangepast vervoer als bedoeld in artikel 4:1, onder a, indien het college vaststelt dat het niet mogelijk is dat:
de jeugdige zelfstandig danwel onder begeleiding van een ouder, ander persoon uit zijn naaste omgeving of vrijwilliger loopt, fietst of met een ander vervoersmiddel reist naar en vanaf de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden;
de jeugdige zelfstandig danwel onder begeleiding van een ouder, ander persoon uit zijn naaste omgeving of vrijwilliger reist met het openbaar vervoer naar en vanaf de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden;
de jeugdige door een ouder, ander persoon uit zijn naaste omgeving of vrijwilliger wordt vervoerd naar en vanaf de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden;
de jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp verplaatst naar de woning van de jeugdige of andere locatie in de nabijheid waardoor vervoer overbodig wordt.
**4..** Bij de afweging als bedoeld in het derde lid hanteert het college het afwegingskader als opgenomen in bijlage 1.
**5..** Het college kan van het derde lid afwijken wanneer de jeugdige of ouders kunnen aantonen dat begeleiding door henzelf of door andere personen uit de naaste omgeving leidt tot ernstige benadeling van het gezin.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4:2
Afwegingskader voor individuele vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Regeling jeugdhulp Den Haag 2024