Het college kent een individuele voorziening toe ter bevordering van de zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 4:1, onder b, indien het college vaststelt dat:
er voldaan is aan de eisen voor aangepast vervoer als bedoeld in artikel 4:2, derde lid; en
de jeugdige de draagkracht en vaardigheden heeft om in afzienbare tijd zelfstandig te leren reizen naar de jeugdhulplocatie.