De budgethouder rapporteert conform de door het college vastgestelde P&C-cyclus en richtlijnen in het kader van de tussentijdse rapportages en de jaarrekening ten minste over:
de inhoudelijke stand van zaken met betrekking tot meerjarige projecten en activiteiten;
mutaties omtrent risico’s ten behoeve van de verplichte paragraaf weerstandsvermogen van de begroting;
de inzet en de (structurele) toereikendheid van de tot de budgetten behorende middelen;
significante afwijkingen op reguliere werkzaamheden;
de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van investeringskredieten.
Voor zover in het kader van de jaarrekening sprake is van over- en onderschrijdingen op de oorspronkelijke baten en lasten van meer dan 5% en meer dan € 10.000,00 bedragen dienen deze door de budgethouder van een toelichting te worden voorzien in het kader van de analyse van het rekeningresultaat.