Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

Beleidsuitgangspunten

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2024

In aanvulling op de algemene uitgangspunten (zie hoofdstuk 2) gelden, op basis van voorgaande beschrijving van de risico’s, voor asbest de volgende beleidsuitgangspunten: Alle bedrijfsmatige sloopmeldingen met asbest worden beoordeeld op volledigheid op basis van de landelijke indieningsvereisten. Het asbestinventarisatierapport wordt in samenhang met de ingediende sloopmelding beoordeeld op basis van de landelijke checklist. De sloopmeldingen worden ingedeeld in drie risicocategorieën op basis van de locatie, het gebruik van, de risicoklasse, de soort saneerder en het toezicht door derden. 10% van de meldingen wordt ingedeeld in de hoge risicocategorie, 25% in de matige risicocategorie en 65% in de lage risicocategorie. De sloopmeldingen in de hoge risicocategorie worden allen gecontroleerd. De werken in de matige risicocategorie worden in 40% van de gevallen gecontroleerd en in de lage risicocategorie in 7,5% van de gevallen. Bij deze controles worden de meest risicovolle aspecten uit het Landelijk Protocol – Locatiebezoek Asbestverwijderingswerkzaamheden gecontroleerd. Bij het toezicht tijdens de bouw en sloop hebben ketenpartners (waaronder gemeenten) bijzondere aandacht voor illegale (niet gemelde) saneringen van asbest. Ketenpartners zorgen ook voor bewustwording van het (tijdig) melden. Bij het ketentoezicht hebben de ketens van grond- en afvalstromen de hoogste prioriteit (zie hoofdstuk 2.3). Een van de thema’s binnen de keten afvalstromen is asbest. Een onderbouwing en uitwerking van het ketentoezicht is opgenomen in bijlage 8.7. Deze beleidsuitgangspunten zijn uitgewerkt in de vergunning- en toezichtstrategie in respectievelijk bijlage 7.3 en 8.3. Doelstelling (zie bijlage 1 voor nadere uitwerking) Verbetering van het gedrag van de uitvoerder van asbestsaneringen ten opzichte van 2020.

Rechtspraak bij dit artikel