Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10 De

hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gouda 2011

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op: a.. twintig procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b.. vijftig procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c.. honderd procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2.. De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit tot verlaging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. 3.. Het college kan bij volgende verwijtbare gedragingen, voorzover die plaatsvinden binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het laatste besluit tot verlaging, de verlaging op een hoger bedrag vaststellen en/of de duur van de verlaging verlengen. 4.. Onder een besluit tot verlaging wordt mede verstaan een besluit tot afzien van verlaging wegens dringende redenen in verband met een gedraging als bedoeld in artikel 9 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel