Eerste lid
Deze bepaling bevat de standaardverlagingen voor de zes categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Bij gedragingen van de vijfde categorie wordt bij IOAW-ers een zwaardere sanctie toegepast dan bij IOAZ-gerechtigden. De reden hiervoor is dat artikel 20, eerste lid, onder c en d, IOAW bepaalt dat voor het weigeren van arbeid de uitkering blijvend verlaagd kan worden. Door een omissie van de wetgever is een gelijkluidende bepaling niet in de IOAZ opgenomen.
Bij gedragingen van de zesde categorie kent de Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011, net als de oude IOAW en IOAZ, de mogelijkheid van een blijvende verlaging als de belanghebbende werk niet behoudt. Belanghebbende zal in dat geval een beroep moeten doen op de WWB waarop ook een verlaging zal worden toegepast vanwege het niet behouden van werk.
Tweede lid
Het tweede lid bepaalt dat indien de belanghebbende op enig moment niet stond ingeschreven bij het UWV, in eerste instantie volstaan kan worden met het geven van een schriftelijke waarschuwing.
Derde lid
Indien de belanghebbende binnen één jaar nadat een verlaging is bekendgemaakt opnieuw zijn arbeidsverplichting niet nakomt, is er sprake van recidive en wordt de grotere mate van verwijtbaarheid van de tweede schending van de arbeidsplicht tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de verlaging.
Vierde lid
Op grond van het derde lid heeft het college de mogelijkheid om de verlaging te verhogen en/of de duur ervan te verlengen als de belanghebbende volhardt in zijn schending van de arbeidsverplichtingen. Namens het college zijn richtlijnen opgesteld hoe van deze mogelijkheid gebruik gemaakt moet worden. Uitgangspunt hierbij is dat bij een derde schending van de verplichting het percentage wordt verdubbeld en bij een vierde gedraging tevens de periode wordt verdubbeld. Is verhoging van het percentage niet meer mogelijk, dan zal bij een herhaalde schending van de verplichting de periode van de verlaging worden verlengd.
Vijfde lid
Van recidive is alleen sprake als de belanghebbende tweemaal dezelfde soort verplichtingen schendt, in dit geval de verplichtingen die moeten leiden tot inschakeling in de arbeid. Dus: komt belanghebbende eerst zijn inlichtingenverplichting en vervolgens zijn arbeidsverplichting niet na, dan is er geen sprake van recidive.
Besluiten om op grond van dringende redenen af te zien van een verlaging en schriftelijke waarschuwingen gelden voor de recidiveregeling ook als verlaging. Bijvoorbeeld: staat de belanghebbende binnen een jaar nadat hem een schriftelijke waarschuwing is gegeven opnieuw niet ingeschreven bij het UWV, dan dient de duur van de verlaging te worden verdubbeld. Als belanghebbende in het afgelopen jaar eerder een besluit tot (afzien van) verlaging heeft gehad, kan hij geen waarschuwing meer krijgen, maar dient een verlaging met toepassing van de recidivebepaling te worden opgelegd.
Hoofdstuk 5
Artikel 6 De
hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gouda 2011