**1..** Indien als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de wet teveel uitkering is verstrekt, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
**a..** bij een benadelingsbedrag tot € 1.500,--: 20% van de uitkering gedurende een maand;
**b..** bij een benadelingsbedrag van € 1.500,-- tot € 3.000,--: 30% van de uitkering gedurende een maand;
**c..** bij een benadelingsbedrag van € 3.000,-- tot € 4.000,--: 50% van de uitkering gedurende een maand;
**d..** bij een benadelingsbedrag van € 4.000,-- tot € 6.000,--: 100% van de uitkering gedurende een maand;
**e..** bij een benadelingsbedrag van € 6.000,-- of meer: 100% van de uitkering gedurende twee maanden.
**3..** De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit tot verlaging, opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging.
**4..** Het college kan bij volgende verwijtbare gedragingen, voorzover die plaatsvinden binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het laatste besluit tot verlaging, de verlaging op een hoger bedrag vaststellen en/of de duur van de verlaging verlengen.
**5..** Onder een besluit tot verlaging wordt in dit artikel verstaan een besluit tot verlaging, tot afzien van verlaging wegens dringende redenen of tot het geven van een waarschuwing, in verband met een gedraging als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening.
Hoofdstuk 3
Artikel 8Niet
of onjuist verstrekken van inlichtingen waardoor teveel uitkering is verstrekt
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gouda 2011