In de startnotitie brengen we belangrijke aspecten in kaart aan de hand van de volgende stappen.
Agendeer vraagstukken in plaats van plannen
Geef aan welke inhoudelijke of maatschappelijke opgave moet worden opgelost. Door het vraagstuk centraal te stellen, geven wij participanten de kans om mee te denken over mogelijke oplossingen. In plaats van hun standpunt met betrekking tot het plan te geven. Daarmee bouwen wij aan betrokkenheid bij de urgentie of ambitie, het doel, en de acceptatie van de oplossing.
Bepaal het speelveld voor participanten
**•.** Wat willen we bereiken?
**•.** Wie willen we betrekken?
**•.** Wat en hoe groot is het belang van de opgave voor de participant?
**•.** Wat ligt al vast en staat niet meer ter discussie?
**•.** Op welke aspecten of onderdelen heeft de participatie geen betrekking; wat is de afbakening?
**•.** Welke wettelijke-, financiële- en tijdskaders gelden?
**•.** Wat zijn de bestuurlijke accenten of prioriteiten?
**•.** Is het onderscheid tussen harde en zachte kaders duidelijk? De harde kaders, waar we in
**•.** ieder geval aan moeten voldoen en de zachte kaders, waar meer speelruimte zit.
Geef helderheid over de trede van de participatie
Gaat het over informeren, raadplegen, adviseren of coproduceren?
Formuleer de participatievraag helder
**•.** Maak duidelijke, tot de verbeelding sprekende vragen die prikkelen om een bijdrage te leveren.
**•.** Zorg ervoor dat vragen aansluiten bij wat de gemeenschap op inhoud belangrijk vindt. Hierbij is ook aandacht nodig voor welke definities we hanteren en een afbakening van waar het wel en niet over gaat.
Bepaal spelregels over rollen, samenwerking, vertegenwoordiging en omgangsvormen
**•.** Wat is de rol van een stuurgroep, klankbordgroep of werkgroep, en welke verhouding hebben ze tot elkaar?
**•.** Wie gaat waarover en waarover juist niet?
**•.** Wat is de rol van het college/de raad?
**•.** Hoe gaan we het formele besluitvormingsproces regelen en delen met de stakeholders?
**•.** Hebben adviesorganen of ketenpartners een specifieke rol of positie?
**•.** Is een onafhankelijk procesbegeleider gewenst omdat deze boven de verschillende belangen staat en daardoor bruggen kan slaan of doorbraken kan bereiken?
**•.** Welke structuur heeft het proces (deadlines, herkenbare patronen, momenten om tussentijds bij te sturen)?
**•.** Hoe gaan we om met oud zeer?
**•.** Hoe doen we de evaluatie van het traject?
Geef helderheid over nieuwe ontwikkelingen tijdens het proces
Als dat past binnen de vastgestelde kaders, bepalen we vooraf of we nieuwe ontwikkelingen inbrengen in het lopende participatieproces. Dat kan ook nadat de opdrachtgever voor het participatieproces daarmee heeft ingestemd en het daardoor nodig is het proces aan te passen.
Ga op zoek naar ander geluid en tegengeluid
Hoe gaan we actief op zoek naar groepen die niet snel van zich laten horen? Of juist naar tegengeluiden om knelpunten en oplossingen van alle kanten te bekijken.
Zorg dat iedereen kan meedoen
Geef iedereen tijdig dezelfde informatiepositie (over inhoud, proces en spelregels) en maak informatie digitaal beschikbaar. Informatie geven we weer in toegankelijke, heldere taal. We zetten een mix van fysieke en digitale methoden in, om participatie mogelijk te maken.
Schep transparantie over de inbreng en terugkoppeling
Vooraf geven we helderheid over de manier waarop we inbreng verwerken en hoe deze van invloed zijn op het eindresultaat. Dat geldt ook voor welke afwegingen en keuzes we maken en het tijdstip en de manier van terugkoppelen.
Geef inzicht in criteria voor beoordeling van het participatieproces
Op welke kwantitatieve en kwalitatieve normen beoordelen we het traject?
Bepaal de kosten van het participatieproces
Wat is er nodig aan tijd, geld, capaciteit om het participatieproces te laten slagen? Deze kosten maken deel uit van het project waarvoor het participatieproces wordt gestart. Is hiervoor in het project al een reservering opgenomen of is het nodig om hiervoor budget te vragen?