Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Aflossingscapaciteit en betalingsregeling

Onderdeel van Beleidsregels uitvoeringspraktijk voor Terug- en invordering bedrijfskapitaal Tozo door ISD Brabantse Wal

De gemeente biedt de zelfstandige wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, een termijn van 6 weken, indien van toepassing, om het volledige openstaande bedrag te voldoen. Ook biedt de gemeente de zelfstandige de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. Dit wordt in de beschikking vermeld. De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. Hiermee stemt de gemeente in als: daarmee de vordering binnen een periode van 60 maanden in zijn geheel kan worden afgelost; en de voorgestelde aflossing ten minste € 100,- per maand bedraagt + lopende renteverplichting. Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het 2e lid niet tot stand kan komen, wordt de aflossing vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 50% van het inkomen boven deze norm, maar maximaal het bedrag dat berekend met de rekenmodule beslagvrije voet is in te vorderen. In afwijking van het 2e en 3e lid kan de gemeente met een betalingsvoorstel van de zelfstandige instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen.

Rechtspraak bij dit artikel