**1..** Het college verleent een maatwerkvoorziening voor maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een arrangement, welke bestaat uit een profiel en een intensiteit.
**2..** In een arrangement wordt huishoudelijke hulp en/of individuele begeleiding en/of dagbesteding aangeboden.
**3..** Om te komen tot een arrangement wordt eerst een ondersteuningsprofiel vastgesteld:
Ondersteuningsprofiel 1 is gericht op inwoners met ondersteuningsvragen als gevolg van psychosociale problemen of een vermoeden van psychiatrische problemen.
Ondersteuningsprofiel 2 is gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag als gevolg van een (vermoeden van) een (licht) verstandelijke beperking.
Ondersteuningsprofiel 3 is gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag als gevolg van cognitieve achteruitgang of (een vermoeden van) psychogeriatrische problemen (zoals dementie).
Ondersteuningsprofiel 4 is gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag als gevolg van lichamelijke beperkingen.
Ondersteuningsprofiel 5A is gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag als gevolg van lichamelijke beperkingen, bijvoorbeeld als gevolg van achteruitgang, neurologische aandoening, een chronische ziekte.
Ondersteuningsprofiel 5B is gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag als gevolg van lichamelijke beperkingen, als gevolg van Niet aangeboren hersenletsel (NAH).
Voor alle ondersteuningsprofielen, met uitzondering van profiel 4 en 5 gelden vier in zwaarte oplopende intensiteiten met een bekostiging die op volume gebaseerd is, namelijk de intensiteiten A, B, B+ en C.
Voor ondersteuningsprofiel 4 geldt één intensiteit, namelijk intensiteit A.
Voor ondersteuningsprofiel 5 gelden drie intensiteiten, namelijk de intensiteiten B, B+ en C.
**4..** Het college bepaalt in het besluit tot een maatwerkvoorziening het ondersteuningsprofiel en de intensiteit van de ondersteuning.