Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Woonkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Culemborg februari 2024

4.3.1 Voorwaarden woonkostentoeslag Woonkosten moet de inwoner uit het maandelijkse inkomen betalen. Soms is dat lastig, omdat de kosten hoog zijn en er geen huurtoeslag mogelijk is. Onder bepaalde voorwaarden kan de inwoner dan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De woning dient zelfstandige woonruimte te zijn waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen, los van de hoogte van de huur. De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner kan in die periode verplicht worden om: te zoeken naar goedkopere woonruimte; en als woningzoekende ingeschreven te staan bij [naam woningcorporatie(s)]; inspanning te leveren om het inkomen te verhogen. De woonkostentoeslag kan na maximaal 12 maanden met twee keer 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden, het de inwoner niet is gelukt het inkomen voldoende te verhogen en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is. 4.3.2 Woonkostentoeslag bij huur Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom meestal niet mogelijk. In 2 situaties is dat anders. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken, als de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen: over de eerste maand huur; of omdat de huur te hoog is. 4.3.2.1Eerste maand huur Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving. 4.3.2.2Te hoge huur Als huurtoeslag niet mogelijk is omdat de huur te hoog is, kan de gemeente bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekken. De gemeente berekent de woonkostentoeslag als volgt: Welke huurtoeslag zou kunnen worden verkregen voor deze woning als de maximale huurtoeslaggrens wordt aangehouden? Dat bedrag kan als bijzondere bijstand worden verstrekt; Hoeveel hoger dan de maximale huurtoeslaggrens is de huur van deze woning? Voor die hogere huur kan dan ook bijzondere bijstand worden verstrekt. Beide bedragen worden opgeteld en samen als woonkostentoeslag verstrekt. Onder ‘huur’ verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die voor de huurtoeslag meetelt. Daarnaast kunnen servicekosten meegenomen worden. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl. Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt geen bijstand verleend. 4.3.3 Woonkostentoeslag bij eigen woning Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als: het om een woning gaat waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen als die woning zou worden verhuurd, los van de hoogte van de huur, en als de woonkosten hoger zijn dan de basishuur die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op de huurtoeslag. De basishuur is een drempelbedrag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt. De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.3.2.2. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld: de kosten van de hypotheekrente na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten) en de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering, onroerende zaakbelasting en onderhoudskosten van € 550 euro per jaar. De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag ‘om niet’ (als gift) tenzij de ingeschatte overwaarde bij verkoop van het huis hoger ligt dan de vermogensgrens van de PW. Indien de woonkostentoeslag wordt verstrekt als een lening dan wordt de lening verrekend met de netto verkregen overwaarde na verrekening van de kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel