In deze verordening wordt verstaan onder:
a. appartement:
het geheel van bij elkaar behorende vertrekken als afzonderlijke gemeubileerde woongelegenheid in een groter gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor (recreatieve) bewoning (in aaneengesloten periodes als een week, midweek of weekend), daaronder mede begrepen de huisvesting van seizoenspersoneel;
b. bedrijfswoning:
een woonruimte in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor ( het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
c. BRP
Basisregistratie Personen, houdende persoonsgegevens van inwoners van Nederland (ingezetenen);
d. burgemeester en wethouders:
burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog;
e. doorstromer:
een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd over zelfstandige woonruimte in de gemeente Schiermonnikoog beschikt en deze leeg achterlaat voor verkoop of verhuur;
f. economische binding:
a. de woningzoekende die kan aantonen dat hij voor het voorzien in zijn bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen de gemeente Schiermonnikoog voor tenminste 18 uur per week;
b. ingezetene die geen deel meer uitmaakt van het arbeidsproces, maar die gedurende 5 jaren aansluitend en voorafgaande aan het moment dat men uit het arbeidsproces raakte, voldeed aan de onder a. genoemde criteria;
c. weduwen-weduwnaars uit huwelijk of geregistreerd partnerschap van hen die op het moment van overlijden voldeden aan de criteria a. of b.;
g. eigenaar:
de eigenaar is diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, alsmede de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in art. 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend;
h. gebruiksoppervlakte (GO):
gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
i. gepubliceerd woningaanbod:
het openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren;
j. hoofdbewoner:
Een huishouden dat een woonruimte als hoofdverblijf heeft en gebruikt en ook als zodanig in de BRP is ingeschreven;
k. hoofdverblijf:
een voor permanente bewoning geschikte woonruimte, die ten minste bestaat uit een kook, woon-, was-en slaapgelegenheid en fungeert als het centrum van de sociale activiteiten van betrokkene;
l. huishouden:
een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren;
m. huisvestingsvergunning:
de vergunning, als bedoeld in artikel 8 van de wet;
n. huurprijs:
prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand;
o. huurliberalisatiegrens:
de maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag;
p. huurwoning:
een woonruimte waarvoor de gebruiker een vergoeding verschuldigd is aan de zakelijk gerechtigde, of ten aanzien waarvan de gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan;
q. ingezetene:
degene die opgenomen is in de basisadministratie van de gemeente Schiermonnikoog en feitelijk in de gemeente hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte;
r. indicatie:
een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken en waarin is of op basis waarvan kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende daarop dient te worden afgestemd;
s. inkomen:
het gezamenlijke verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijk regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens moet worden gelezen ‘aanvrager’;
t. inschrijfduur:
de periode dat een woningzoekende aaneensluitend is ingeschreven in het register als bedoeld in Artikel 12 Inschrijving als woningzoekende;
u. inwoning:
het bewonen van een deel van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen;
v. kamer:
verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 Bouwbesluit 2012;
w. koopprijs
prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
x. leegstand:
het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn, alsmede een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van de verordening zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet;
y. maatschappelijke binding:
een woningzoekende is maatschappelijk gebonden als hij een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dat gebied te vestigen, of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest;
z. middeldure woonruimten
woonruimten met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens die minder of gelijk is aan de volgens Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten gestelde maximale huurprijs voor 185 punten;
aa. onttrekken:
het, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, onttrekken aan de bestemming tot bewoning, of het verbouwen tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 van de wet;
bb. onttrekkingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet;
cc. onzelfstandige woonruimte:
woonruimte die geen eigen toegang heeft en niet door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
dd. permanente bewoning:
het permanent wonen en zijn of haar hoofdverblijf hebben in de woning, als bedoeld in de Wet Basisregistratie Personen, hetgeen blijkt uit zowel een inschrijving in het bevolkingsregister als uit het daadwerkelijk gebruik van de woning. Als permanente bewoning wordt tevens gezien het gebruiken van een pand voor bewoning door personeel, niet zijnde binnen een tijdelijk dienstverband;
ee. register:
het gemeentelijke register van woningzoekenden;
ff. splitsingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet;
gg. tweede woning:
het in gebruik nemen of geven of het beschikbaar hebben of houden van woonruimte ten behoeve van zichzelf of een ander, anders dan voor daadwerkelijke permanente bewoning of zonder dat men of die ander zijn hoofdverblijf in de desbetreffende woonruimte heeft;
hh. tijdelijk dienstverband:
woningzoekende heeft dienstverband voor ten minste 18 uur per week op Schiermonnikoog met arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd;
ii. urgentiecommissie:
de medewerker(s) van de afdeling WMO van de samenwerkende gemeente Noard-East Fryslân en Schiermonnikoog, indien noodzakelijk ondersteund door een onafhankelijk sociaal/medische instelling;
jj. verordening:
de Huisvestingsverordening van de gemeente Schiermonnikoog 2020-2024;
kk. waarde van de woning:
de waarde van de woning wordt bepaald door de meest recente bepaling WOZ-waarde van de woning;
ll. Wet:
de Huisvestingswet 2014;
mm. woningcorporatie:
toegelaten instelling ex artikel 19, eerste lid van de Woningwet;
nn. woningzoekende:
huishouden dat zich ingeschreven heeft in het gemeentelijke register van woningzoekenden;
oo. woningvorming:
het verbouwen tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 van de wet;
pp. woonoppervlakte:
het totaal van de oppervlakten van de vertrekken als bedoeld in NEN 2580: woonkamer, keuken, badkamer/doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes: kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte/schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m², garage, zolder niet zijnde vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld;
qq. woonruimte:
woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i van de wet;
rr. zelfstandige woonruimte:
woonruimte die een eigen toegang heeft en door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
begripsomschrijvingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2024