In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met één of meer stammen. (ook wel genoemd "houtopstand").
houtopstand: een verzameling van meerdere bomen, boomvormers of andere houtige gewassen op één locatie.
boom in publiek eigendom: een boom die staat op grond die eigendom is van een Nederlands overheidsorgaan of een woningbouwvereniging, voor zover die grond publiek toegankelijk is.
Onder de definitie van vellen vallen de volgende handelingen:
rooien;
kappen;
verplanten;
het snoeien van meer dan 20% van de kroon en/of het wortelgestel, met inbegrip van eenmalig kandelaberen;
het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van een boom tot gevolg kunnen hebben.
rooien: het volledig verwijderen van een boom, met inbegrip van de ondergrondse delen: de stobbe en evt. het wortelgestel.
kappen: het verwijderen van de bovengrondse delen van een boom, waarbij de stobbe en het wortelgestel intact blijven.
verplanten: het levend verplaatsen van een volledige boom, inclusief het wortelgestel, met als doel dat de boom op de nieuwe locatie verder groeit.
natuurwaarde: gebruikswaarde van de boom voor diverse Nederlandse planten- en diersoorten, zoals voortplantingslocatie, (winter-)verblijfplaats, foerageergelegenheid, zaadbron (genetische waarde) of als onderdeel van een ecologische verbinding.
waarde voor het milieu: de waarde van de boom voor verbetering van de leefomstandigheden voor mens en dier in zijn omgeving, zoals beschaduwing, windbreking, vasthouden van water, regeling luchtvochtigheid, geluidsdemping en afvanging van fijn stof.
cultuurhistorische waarde: de waarde van een boom als overblijfsel van / of herinnering aan de ruimtelijke situatie zoals die op én rond de locatie van de boom 50 of meer jaren geleden was of de waarde van een boom als herdenkingsboom.
landschappelijke waarde: de visuele waarde van de boom als onderdeel van zijn omgeving, vaak in samenhang met andere landschapselementen, zoals andere groenelementen, wegen, open water en gebouwen. De boom kan bijvoorbeeld een landschapsstructuur (b.v. weg of waterloop) accentueren, onderdeel zijn van een boomstructuur of een herkenningspunt zijn in het landschap.
waarde voor recreatie en leefbaarheid: de bijdrage die de boom levert aan een omgeving die mensen stimuleert om naar buiten te gaan en/of die het welzijn van mensen verhoogt.
dendrologische waarde: een boom:
van een gemeentelijk dan wel landelijk zeldzame soort;
van wetenschappelijk belang, bijvoorbeeld een moederboom van een soort;
met een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken, bijvoorbeeld tweestammig, meerstammig.
kandelaberen: het drastisch inkorten van de hoofdtakken van een boom, waarbij weinig of geen rekening gehouden wordt met de zijtakken en waarmee de kroon van de boom met tenminste 50% verkleind wordt.
BVC-cyclus: de cyclus van regelmatige boomveiligheidscontroles, uitgevoerd door gecertificeerde BVC-controleurs.
bijzonder waardevolle boom: bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere ecologische, cultuurhistorische, landschappelijke of zeldzaamheidswaarde, die vermeld wordt op de lijst Bijzonder waardevolle bomen van Gemeente Sliedrecht.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag omgevingsvergunning.
hakhout: loofboomstronk of – stobbe, met nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
knotboom: boom die op 1 tot 2,5 meter boven maaiveld is afgezaagd, met daarop nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.
leiboom: een boom waarvan de takken in een bepaalde richting geleid worden. De boom wordt jaarlijks teruggesnoeid tot op de hoofdtakken.
boomstructuur: Een aantal bomen die in een samenhangende vorm geplant zijn, zoals een laan, bomenrij of boomgroep.
herplantplicht: de verplichting die het bevoegd gezag kan opleggen aan degene die over een boom mag beschikken om op of bij de locatie van een te vellen of gevelde boom één of meer vervangende bomen te planten.
het college: College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht.
bomendeskundige: Iemand met grote kennis bomen, aantoonbaar vanuit ervaring of via certificaten, zoals VCA, BVC of ETW.
beschikken: de bevoegdheid hebben om te beslissen over een boom, krachtens zakelijk recht (bijvoorbeeld eigendom) of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid (bijvoorbeeld gemeentelijk groenbeheerder)