Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.
Een vergunning kan in elk geval worden geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de boom/bomen:
natuurwaarden;
waarden voor het milieu;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden voor recreatie en leefbaarheid.
dendrologische waarde;
Bij de belangenafweging conform art. 6:2 kan de levensverwachting van de boom meegewogen worden.
In beginsel wordt geen vergunning verleend voor bomen voorkomend op de vastgestelde lijst van bijzonder waardevolle bomen, als bedoeld in artikel 3, tenzij:
naar het oordeel van een gecertificeerde bomendeskundige instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of;
een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de bijzonder waardevolle boom en alternatieven waarbij de boom behouden wordt uitputtend zijn onderzocht en afgevallen.
In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd is met de Wet natuurbescherming of andere regelgeving inzake natuurbescherming.