Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024

1.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag. 2.. De te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit: een vervoerspas waarmee gebruik kan worden gemaakt van het collectief systeem van vervoer; een andere voorziening. 3.. Het collectief vervoer wordt zo ingericht dat: pashouders die een voorziening als bedoeld in het tweede lid onder a verstrekt hebben gekregen voor gezinsleden een meereispas kunnen aanvragen. de begeleider van een persoon met een beperking, voor zover begeleiding voor het gebruik van het aanvullend vervoer medisch noodzakelijk is, gratis gebruik kan maken van de voorziening als bedoeld in het tweede lid, onder a. 4.. Een vervoerspas kan worden toegekend indien dit de goedkoopst compenserende voorziening is ten opzichte van een andere vervoersvoorziening. Als dat niet voldoende is, wordt gekeken naar andere vormen van vervoer. 5.. De vervoerspas als bedoeld in het tweede lid maakt lokale verplaatsingen mogelijk tot een omvang per jaar van maximaal 2000 km, tenzij uit het onderzoek een hogere of lagere vervoersbehoefte blijkt.

Rechtspraak bij dit artikel