Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 12.

Voorwaarden overige voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 Gemeente Beverwijk

1.. In aanvulling op paragraaf 3A.4 van de verordening worden voor overige voorzieningen (te weten: vervoersvoorziening, noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische beperking, meeneembare voorziening, en werkplekaanpassing) de volgende voorwaarden gesteld: als er recht bestaat op een voorliggende voorziening, zoals verstrekking door het UWV dan wel vergoeding door de zorgverzekeraar, dan moet daar eerst een beroep op worden gedaan; de structurele functionele beperking waarvoor de voorziening wordt aangevraagd heeft naar verwachting een duur van tenminste een jaar; er vindt in beginsel geen vergoeding plaats wanneer de voorziening reeds is aangeschaft op het moment dat een aanvraag voor de voorziening door het college wordt ontvangen; er is sprake van een contractduur van minimaal zes maanden; en zaken die algemeen gebruikelijk zijn of die tot de standaarduitrusting van het bedrijf behoren, worden niet vergoed. 2.. Als tot toekenning wordt overgegaan, dan wordt er gekozen voor de goedkoopst passende voorziening. 3.. Om de noodzaak van een bepaalde werkplekaanpassing vast te stellen, kan het college een medisch dan wel arbeidsdeskundig advies inwinnen. 4.. Het college hanteert een drempelbedrag van € 130,-.

Rechtspraak bij dit artikel