**1..** Gedeputeerde Staten bieden Provinciale Staten tenminste minimaal eens in de vier jaar een nota (faciliterend) grondbeleid ter vaststelling aan.
**2..** Deze nota bevat tenminste:
de verantwoording van projecten in relatie tot het grondbeleid;
de beleidsnota’s grondzaken;
de werkprocessen voor de ruimtelijke projecten;
de richtlijnen inzake de ruimtelijke projecten;
de werkwijze inzake de verevening tussen bestemmingsreserve(s) en de algemene dekkingsreserve.
**3..** Gedeputeerde Staten leggen bij de keuze voor een actief grondbeleid periodiek doch minimaal eens per vier jaar, een beleidskader strategisch grondbeleid aan Provinciale Staten ter vaststelling voor.
**4..** Het beleidskader strategisch grondbeleid bevat tenminste:
het strategisch verwervingsbeleid;
het beschikbaar grondbeleidsinstrumentarium;
de wijze waarop Gedeputeerde Staten voornemens zijn dit instrumentarium in te zetten;
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
het verloop van de grondvoorraad.
**5..** Gedeputeerde Staten leggen, bij het voeren van een actief grondbeleid, jaarlijks een Grondprijzennota ter vaststelling voor aan Provinciale Staten. Hierin zijn de uitgangspunten voor de uitgifteprijzen van gronden vastgelegd.
**6..** Gedeputeerde Staten bieden jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de jaarstukken, een geactualiseerd Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) ter vaststelling aan waarin minimaal aandacht is voor:
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen exploitaties;
risico's die samenhangen met de grondontwikkeling;
planning en financiële uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande rapportage;
afwijkingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen);
financiële prognoses.
**7..** In de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en in de jaarstukken wordt op hoofdlijnen ingegaan op de uitvoering van het grondbeleid.
HOOFDSTUK 4
Artikel 20