Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › PARAGRAAF 2.2

Artikel 6

Beëindiging van een voorziening

Onderdeel van Verzamelverordening PW, IOAW, IOAZ en Bbz 2024

Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de PW of de artikelen 13 en 37 van de IOAW of IOAZ niet (langer) nakomt of niet naar vermogen hier gebruik van maakt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep re-integratie; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de PW; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gestelde doel of niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening en de beleidsregels worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; door het college wordt vastgesteld dat voortzetting van de voorziening niet wenselijk is omdat de participatiepartner niet of in onvoldoende mate aan de op hem rustende verplichtingen krachtens het Burgerlijk Wetboek en/of de geldende voorwaarden voldoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel