Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.3

Verdeelsleutel subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025

1.. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie zou kunnen worden verleend of wordt geweigerd op grond van artikel 1.7 en 3.8. 2.. Alle aanvragen van dezelfde alliantie die niet worden geweigerd op grond van het eerste lid worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het vierde lid. 3.. In afwijking van het tweede lid geldt voor de aanvragen voor de kernfunctie jongerenwerk voor stadsdeel Nieuw-West die niet op grond van het eerste lid worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het vierde lid. 4.. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de GOS en de focus vanuit de sociale basis; de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft te beschikken over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners in de sociale basis rondom de brede sociale opgave; de mate waarin blijk wordt gegeven van voldoende kennis en expertise van gekwalificeerd personeel op de uitvoering van desbetreffende kernfunctie; de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft van samenwerking met en doorverwijzing aan en van de buurtteams en OKT’s; de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis en expertise om alle doelgroepen in alle gebieden te bedienen; de mate waarin uitvoering wordt gegeven aan de faciliterende rol richting partners, bewoners en kleine initiatieven; de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie of cultuursensitiviteit; de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling; de mate van continuïteit van dienstverlening aan de Amsterdammer; de prijs-kwaliteitverhouding; de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken; de mate waarin de aanvrager blijk geeft van methodisch werken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel