Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
van:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als
bedoeld in artikel 10 te verlenen;
voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 10;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te
zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag
een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening
ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de
Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.