Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de ontvanger
voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de ontvanger het verzoek om kwijtschelding af. De ontvanger neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal
treffen. Tegen het besluit van de ontvanger om geen invorderingsmaatregelen meer te treffen staat geen administratief beroep open.
Als de ontvanger besluit tot het niet meer nemen van invorderingsmaatregelen voor de nog
openstaande schuld zonder dat hij daaraan voorwaarden verbindt, heeft de beslissing voor de
belastingschuldige materieel dezelfde gevolgen als kwijtschelding.
De ontvanger kan ook besluiten geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog
openstaande schuld onder de voorwaarde dat eventuele uit te betalen bedragen verrekend worden
met de buiten de invordering gelaten schuld. De termijn waarbinnen verrekening plaatsvindt
bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de beschikking, dan wel - als dit
minder is - de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt. De
ontvanger neemt deze verrekeningsvoorwaarde uitdrukkelijk in de beschikking op.
Als de ontvanger besluit voorlopig geen invorderingsmaatregelen meer te nemen, zal hij in zijn
beschikking voorwaarden of een tijdsbepaling opnemen. Anders dan kwijtschelding is een dergelijke
beschikking herroepelijk. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, neemt de
ontvanger een nieuwe beschikking waarbij hij zijn eerdere beschikking intrekt. De ontvanger kan
hiertoe pas overgaan nadat hij de belastingschuldige een brief heeft gestuurd over zijn voornemen
de eerdere beschikking in te trekken en niet binnen veertien dagen alsnog aan de voorwaarden of
de tijdsbepaling is voldaan.
Artikel 26 › Paragraaf 26.4.7.
Artikel 26.6.
Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Onderdeel van LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN Alphen aan den Rijn