1. De maatstaf van heffing is een vast bedrag per onroerende zaak.
2. Indien in de periode gelegen tussen de in artikel 2, eerste lid genoemde datum van de heffing van deze verordening de eigendom, het bezit of beperkt recht van een gedeelte van een op de in artikel 2, eerste lid genoemde datum bestaande onroerende zaak is dan wel wordt overgedragen, wordt voor de vaststelling van de belastingschuld voor de na de overdracht op de datum van ingang van de heffing bestaande onroerende zaken uitgegaan van een vaststelling van de belastingschuld volgens de volgende formule. A/B x C Voor deze formule geldt:
a. de oppervlakte van de na de overdracht op de datum van ingang van de heffing bestaande onroerende zaak;
b. de oppervlakte van de op de in artikel 2, eerste lid genoemde datum bestaande onroerende zaak;
c. de belasting zoals deze ingevolge artikel 5 zou gelden voor de op de in artikel 2, eerste lid genoemde datum bestaande onroerende zaak op de peildatum van de heffing, indien geen gedeeltelijke overdracht zou hebben plaatsgevonden.