**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.
**2.** Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**3.** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en een rentevoet van 6,5% per jaar.
**4.** De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te worden ingediend voorafgaande aan het eerste belastingjaar van de periode waarvoor belastingplichtige wil afkopen. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking heeft, nog te verschijnen belastingbedragen, berekend naar een rentevoet van 6,5% per jaar.
**5.** a. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak opgelegd, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. b. In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.
**6.** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting en in de loop van een belastingjaar de eigendom, het bezit of beperkt recht van een gedeelte van een onroerende zaak wordt overgedragen, wordt voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de heffingsgrondslag zoals bedoeld in artikel 4, voor de desbetreffende onroerende zaak opnieuw vastgesteld voor de nog niet aangevangen belastingjaren. Ten aanzien van de vaststelling van de heffingsmaatstaf wordt daarbij uitgegaan van de onroerende zaak, waarbinnen het bestemmingsvlak van de bestemming Woondoeleinden –W-, Agrarische bedrijfsdoeleinden –A- danwel Bedrijfsdoeleinden –B- is gelegen. Indien de overdracht zoals bedoeld in de eerste volzin, (mede) betrekking heeft op een overdracht van een gedeelte van het eigendom waarbinnen het ingevolge het bestemmingsplan aangeduide bestemmingsvlak van een van de in de vorige volzin bedoelde bestemmingen is gelegen, wordt voor de vaststelling van de heffingsmaatstaf uitgegaan van de onroerende zaak met de grootste oppervlakte van het bestemmingsvlak behorende tot een van de in de tweede volzin bedoelde bestemmingenIngeval een onroerende zaak, naast het bestemmingsvlak, in het bestemmingsplan tevens een aanduiding voor een bouwvlak bevat, wordt in de tweede en derde volzin van dit artikellid voor “bestemmingsvlak”gelezen “bouwvlak”.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering buitengebied Beugen fase I