Het college bepaalt na overleg met de exploitant die een aanvraag heeft ingediend de locatie van de laadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaatsen. Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
de behoefte laadinfrastructuur moet blijken uit de behoefte van gebruikers binnen een straal van hemelsbreed 300 meter van de aangevraagde locatie;
er wordt geen laadpaal geplaatst binnen een straal van 300 meter rond bestaande laadinfrastructuur, tenzij er behoefte bij gebruiker(s) aanwezig is;
de laadinfrastructuur moet beschikken over twee of meer aansluitpunten, waardoor meerdere parkeerplaatsen worden bediend;
de locatie betreft in eerste instantie bestaande parkeerplaatsen;
de laadpaal dient te worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk;
de laadinfrastructuur moet ingepast worden in de bestaande openbare ruimte;
de laadinfrastructuur dient zo te zijn vormgegeven dat dit niet kan leiden tot ongeval en of letsel.
Voor de overige criteria wordt verwezen naar de plaatsingsleidraad van de laadvisie;
Artikel 4
Locatie laadinfrastructuur
Onderdeel van Beleidsregels laadpalen voor elektrische voertuigen op openbaar terrein 2024