5.2.1 Geschikte woning
De inwoner met een beperking kan in aanmerking komen voor een woonvoorziening (woningaanpassing), als:
het normale gebruik van de woning niet mogelijk is, door die beperking van de inwoner; en
verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is of duurder is dan woningaanpassing.
Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning.
De inwoner kan alleen een woonvoorziening krijgen als dat passend en nodig is. De inwoner kan geen woonvoorziening krijgen in de volgende situaties:
De belemmeringen die de inwoner in de woning ondervindt, zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt.
De woonvoorziening is bedoeld voor een hotel of pension, een tweede woning, een trekker woonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een gehuurde woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen.
De woonvoorziening is bedoeld voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex.
De inwoner is verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning en er was geen belangrijke reden voor de verhuizing.
De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft gegeven.
De eigenaar-bewoner die een woningaanpassing heeft ontvangen moet dit bij verkoop van de woning zo snel mogelijk melden aan de gemeente. Dat moet alleen bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na gereed melding van de woningaanpassing. Is er bij verkoop een meerwaarde naar aanleiding van de woningaanpassing, dan moet deze worden terugbetaald, volgens een afschrijvingsschema dat de gemeente heeft vastgesteld.
5.2.2. Een schone en leefbare woning
De inwoner met een beperking die zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden, kan in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden.
Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp ook bestaan uit het voor een korte periode overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen.
Vervallen.
5.2.3 Beschermd wonen
De inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen, als de inwoner deze woonvorm nodig heeft als gevolg van complexe psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen is niet bedoeld voor een (acute) crisissituatie waarin de gemeente nog geen noodzaak voor die woonvorm kan vaststellen.
Voor inwoners die beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de gemeente Doetinchem.
5.2.4. Maatschappelijke opvang
De inwoner kan in aanmerking komen voor tijdelijke (maatschappelijke) opvang, als
de inwoner dakloos is en de opvang nodig heeft, omdat hij zich niet op eigen kracht kan redden in de samenleving. Dat komt door psychische of psychosociale problemen; of
bij huiselijk geweld.
De opvang is erop gericht, dat de inwoner zich weer kan redden in de samenleving. De opvang wordt pas aangeboden, als andere voorzieningen niet geschikt zijn om dat doel te bereiken.
Voor inwoners die maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de gemeente Doetinchem.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Zelfstandig en veilig wonen
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre