Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4

Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre

De gemeente bepaalt de vervoersvoorziening aan de hand van de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Gaat het om een speciale school voor basisonderwijs, dan wordt de vervoersvoorziening vastgesteld over de afstand tussen de woning van het kind en de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de school waar het kind vandaan komt, of een andere speciale school voor basisonderwijs in dat samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder zou kosten dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde speciale school voor basisonderwijs. Als aan de voorwaarden is voldaan, stemt de gemeente de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan krijgen de ouders een vergoeding voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, ook niet met begeleiding, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer. Als ouders in aanmerking komen voor aangepast vervoer, dan kunnen ouders daarvan gebruikmaken voor het vervoer van hun kind. Ouders kunnen het kind ook zelf vervoeren, als de gemeente toestemming geeft. Volgt het kind basisonderwijs, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.1). Ouders komen in aanmerking voor aangepast vervoer als: het kind met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer teruggebracht kan worden tot 50% van de reistijd met het openbaar vervoer. openbaar vervoer naar school ontbreekt en het kind niet met de fiets naar school kan (ook niet met begeleiding). het kind niet begeleid kan worden door de ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. het kind langdurige beperkingen heeft waardoor hij niet met het openbaar vervoer kan reizen (ook niet met begeleiding). Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan vergoedt de gemeente de reiskosten van 1 begeleider. Bestaat de vervoersvoorziening uit een vergoeding voor de reiskosten, dan is de hoogte van die vergoeding afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke school. De reisafstand wordt bepaald via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland. Als aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer dan bekostigt de gemeente een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de laatst bekende Reisregeling binnenland. 6.4.1 Bijzondere regeling vervoer naar basisonderwijs Is het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar hoger dan € 27.000 per jaar, dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer per rit met het openbaar vervoer af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen openbaar vervoer beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). Deze regeling geldt voor kinderen die naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs gaan. Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool meer dan 20 kilometer, dan betalen ouders de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar berekend en hangt af van het inkomen van de ouders in het peiljaar: Inkomen in euro’s (schooljaar 2020-2021) Eigen bijdrage in euro’s (schooljaar 2020-2021) € 0- € 35.500 Nihil € 35.500- € 42.000 € 150 € 42.000- € 48.500 € 630 € 48.500- € 55.000 € 1.180 € 55.000- € 62.500 € 1.725 € 62.500- € 69.000 € 2.270 € 69.000 en verder Voor elke extra € 5.500: € 560 erbij De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen gelden de regelingen in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel