Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.3

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre

[Jeugdwet, Wmo] 8.3.1 Voorwaarden – algemeen Een inwoner kan kiezen voor een pgb, als de inwoner in aanmerking komt voor hulp-op-maat op grond van de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn, dat de inwoner voldoet aan de volgende voorwaarden: De inwoner kan het pgb beheren. Dit houdt in dat hij de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit het sociale netwerk, of met iemand die hem vertegenwoordigt. Ook kan hij voldoende voor zijn eigen belangen opkomen. De inwoner maakt de gemeente duidelijk waarom hij een pgb wil ontvangen. Gaat het om jeugdhulp, dan moet de inwoner motiveren waarom hulp-op-maat door een aanbieder van de gemeente, niet passend is. De hulp die de inwoner met het pgb wil betalen, is van goede kwaliteit. De hulp moet veilig en doeltreffend zijn en op de inwoner gericht. Dit moet duidelijk worden in het pgb-plan van de inwoner. De hulpverlener kan een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijk personen’ (VOG), specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ en indien van toepassing profiel 84, ‘Belast zijn met zorg voor minderjarigen’ overleggen. De verklaring mag bij aanvang niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag en niet ouder zijn dan drie jaren. Een VOG hoeft niet overlegd te worden voor hulp door familie (sociaal netwerk) aan een minderjarig kind. De gemeente kan een pgb in elk geval weigeren in de volgende situaties: De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en wil het pgb laten beheren door de hulpverlener. De gemeente heeft eerder hulp-op-maat of een pgb toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken. De inwoner vraagt een pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan. De kosten van een pgb zijn voor de gemeente hoger dan de kostprijs voor hulp-op-maat in natura. Het pgb kan dan geweigerd worden voor zover de kosten hoger zijn. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 8.3.2 Professionele en niet-professionele hulp Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb wordt verschil gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp. Van professionele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door: iemand die in dienst is van een instelling die bedrijfsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze persoon moet bovendien de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven; of iemand die als zelfstandige zonder personeel beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze persoon moet bovendien de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven. Van niet-professionele hulp is sprake als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. Deze persoon: is iemand, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoet aan de voorwaarden van lid 2; heeft gemotiveerd aangegeven dat de hulp niet tot overbelasting leidt en dat hij kwalitatief goede hulp kan bieden; en Hulp door een familielid in de eerste of tweede graad wordt altijd als niet-professionele hulp gezien. 8.3.3 Hoogte en tarief pgb 1.. De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De inwoner geeft in het pgb-plan ook aan, hoe hoog de kosten zijn (kostprijs), tenzij dit niet nodig is. De gemeente moet het plan goedkeuren en stelt daarna het pgb vast. De gemeente keurt het plan goed, als de inwoner voldaan heeft aan de voorwaarden uit artikel 8.3.1 en 8.3.2. 2.. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op de offerte van de aanbieder uit het goedgekeurde pgb-plan of op de tarieven die de gemeente heeft vastgesteld. De gemeente kan meerdere offertes vragen. Dan wordt het pgb gebaseerd op de offerte met de laagste kostprijs. Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. 3.. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het laagste bedrag dat de gemeente zelf zou betalen voor de hulp die nodig is (kostprijs hulp in natura). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. 4.. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekeringen. 5.. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp vanuit de Wmo, wordt als volgt vastgesteld: hulp bij het huishouden: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 6.. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp vanuit de Jeugdwet is gelijk aan het wettelijk minimum (uur)loon voor een persoon van 22 jaar of ouder. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige werkweek inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten. 7.. De hoogte van het pgb voor professionele hulp worden vastgesteld op basis van het laagst geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding van zorg in natura voor Wmo en Jeugdwet. 8.3.4 Verantwoording pgb De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. De inwoner is verplicht die informatie te geven. De gemeente kan daarvoor een formulier vaststellen. 8.3.5 Opschorten pgb De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om de betaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als zij een sterk vermoeden heeft dat: de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het pgb; of als de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel