9.2.1 Wanneer wordt de uitkering verlaagd?
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner.
Als de gemeente besluit om de uitkering te verlagen, houdt de gemeente rekening met:
de ernst van het gedrag dat tot het verlagen van de uitkering heeft geleid;
de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; en
de persoonlijke situatie van de inwoner.
Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat doen met een brief of in een persoonlijk gesprek.
9.2.2 Geen verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De gemeente verlaagt de uitkering niet als:
het gedrag de inwoner niet te verwijten is;
er meer dan 1 jaar ligt tussen het gedrag van de inwoner en het moment waarop de gemeente dat gedrag heeft vastgesteld;
de gemeente daarvoor dringende redenen ziet.
9.2.3 Het besluit om de uitkering te verlagen
De gemeente stuurt de inwoner een brief, als de uitkering wordt verlaagd. In die brief staat in ieder geval:
waarom de uitkering wordt verlaagd;
hoe groot de verlaging is;
wanneer de verlaging ingaat;
hoe lang de verlaging duurt; en
waarom de gemeente afwijkt van de hoofdregels, als dat het geval is.
9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt één maand of langer. Als de uitkering tijdens die periode wordt beëindigd, dan kan de verlaging niet volledig worden uitgevoerd. De gemeente legt dan het overgebleven deel van de verlaging alsnog op, als de inwoner binnen twaalf maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
9.2.5 Berekening verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De uitkering wordt verlaagd met een percentage van de uitkeringsnorm. De uitkeringsnorm is de uitkering die de inwoner in zijn situatie maximaal kan krijgen. Krijgt de inwoner bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm. Krijgt de inwoner een IOAW- of IOAZ-uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de uitkeringsnorm verlaagd wordt.
De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast.
9.2.6 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen
[PW, Awb]
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering met een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner een verplichting uit artikel 18, vierde lid, aanhef en onderdeel a, b, c, d, e, f, g of h van de Participatiewet, niet nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in verband met werk. De verlaging kan over 2 maanden worden uitgesmeerd. Dit doet de gemeente alleen als dit past bij bijzondere omstandigheden van de inwoner. De bijstandsuitkering wordt dan 2 maanden achter elkaar met 50% van de uitkeringsnorm verlaagd.
Vervallen
Vervallen
9.2.7 Niet nakomen andere verplichtingen in verband met werk en tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm, als de inwoner:
jonger is dan 27 jaar en niet of niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van
een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a Participatiewet, of.
een werkplan waarin de stappen richting werk worden vastgelegd;
niet of niet voldoende meewerkt aan het afleggen van een taaltoets uit artikel 18b van de Participatiewet;
niet of niet voldoende een opgedragen tegenprestatie uitvoert; of
alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen. De gemeente heeft daarom de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, ingetrokken;
niet of niet voldoende de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting nakomt. Het gaat hierbij om meewerken aan het betalen van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering, gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat. De gemeente verricht die betalingen uit de toegekende bijstand in naam van de inwoner.
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner niet voldoende probeert werk te vinden.
De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm als de inwoner:
niet of niet voldoende gebruikmaakt van een aangeboden voorziening. Dit gedrag heeft er niet toe geleid dat de voorziening niet doorging of te vroeg moest worden beëindigd;
niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken;
niet of niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een werkplan waarin de stappen richting werk worden vastgelegd;
door houding of gedrag moeilijker aan het werk komt;
niet of niet voldoende een door de gemeente opgedragen tegenprestatie uitvoert; of
alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen. De gemeente heeft daarom de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, ingetrokken.
De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner:
niet voldoende probeert werk te vinden;
aangeboden werk niet accepteert;
door eigen schuld ontslagen wordt of ontslag neemt; of
niet of niet voldoende gebruikmaakt van een door de gemeente aangeboden voorziening, en dit gedrag er toe geleid heeft dat de voorziening niet doorging of te vroeg is beëindigd.
De gemeente kan besluiten de uitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de inwoner zich niet aan de verplichtingen van dit artikel houdt.
9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
[PW, Awb]
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering van een inwoner die te weinig beseft dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. Door dat gedrag heeft de inwoner meer of langer uitkering nodig dan als de inwoner zich verantwoordelijk had gedragen. De gemeente is daardoor benadeeld. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer heeft uitbetaald dan nodig was (benadelingsbedrag).
De verlaging duurt één maand en is:
10% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;
20% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;
40% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;
100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;
20% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.
9.2.9 Ontoelaatbaar gedrag (zeer ernstige misdragingen)
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich ontoelaatbaar gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt een maand verlaagd met 50% van de uitkeringsnorm.
9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen
[PW, Awb]
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand, als de inwoner een opgelegde verplichting uit artikel 55 of 57 van de Participatiewet niet of niet voldoende nakomt. Het moet gaat om een verplichting die hieronder wordt genoemd. De verlaging is:
20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van werk;
20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt;
50% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op vermindering van de bijstand;
100% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op beëindiging van de bijstand.
De gemeente kan besluiten de bijstandsuitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de inwoner de verplichting uit het eerste lid, onder a, niet nakomt.
9.2.11 Samenloop van gedragingen
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen als bedoeld in deze paragraaf niet nakomt, leidt tot 1 verlaging. De uitkering wordt dan verlaagd met het hoogste percentage dat voor het niet nakomen van 1 van de verplichtingen geldt.
Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd. De gemeente stelt de verlaging naar beneden bij, als de gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de ernst van de gedragingen.
Vervallen.
9.2.12 Herhaling (recidive)
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de inwoner zich binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit opnieuw zo gedraagt dat de uitkering wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente eerder alleen een waarschuwing heeft gegeven. Het moet dan gaan om een gedraging die kan leiden tot eenzelfde of grotere verlaging dan bij de eerdere gedraging.
Een herhaalde verlaging op grond van artikel 9.2.6 kan maximaal 3 maanden duren.
Het bedrag van de verlaging wordt verdubbeld, als de uitkering van de inwoner is verlaagd vanwege ontoelaatbaar gedrag en de inwoner binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit zich opnieuw ontoelaatbaar gedraagt.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.2
Het verlagen van een uitkering
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre