Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Toegang individuele jeugdhulpvoorziening

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Hillegom 2024

1.. Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een individuele voorziening indien: de jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders, mantelzorgers of andere personen uit zijn sociale netwerk, geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en; geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemeen gebruikelijke voorziening, vrij toegankelijk of algemene voorziening, of; geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten. 2.. Bij de beoordeling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden, wordt rekening gehouden met: de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; de duur daarvan; de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen; de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen. 3.. De criteria genoemd in het vorige lid worden in samenhang beoordeeld, waarbij het uitgangspunt is dat, wanneer de jeugdige en zijn ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk, zelf mogelijkheden hebben om de problemen op te lossen of het hoofd te bieden, er geen individuele voorziening wordt verstrekt, ook niet wanneer de hulp de gebruikelijke hulp overstijgt. 4.. Jeugdigen, ongeacht hun leeftijd, hebben het recht zelf gehoord te worden. Een jeugdige vanaf 12 jaar wordt, tenzij de jeugdige aangeeft dit niet te willen, zelf altijd gehoord.

Rechtspraak bij dit artikel