Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippenkader

Onderdeel van Treasurystatuut 2024

Het wettelijk kader ligt besloten in de nationale en in de Europese regelgeving. In het bijzonder zijn van kracht: De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Regelgeving betreffende staatssteun en de Wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen. In dit statuut wordt verstaan onder: a. Administratieve organisatie : Het stelsel van organisatorische maatregelen dat gericht is op het tot stand brengen en in stand houden van de goede werking van de informatieverzorging in en over de organisatie, waaronder het invoeren van functiescheiding en interne controle. b. BBV : Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. c. Beheer van geldstromen : Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). d. Derivaten : Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. e. Drempelbedrag schatkistbankieren : Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang. f. Financiering : Het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte. g. Kasgeld : Leningen met een looptijd korter dan één jaar. h. Kasgeldlimiet : Het bedrag dat de maximale netto-vlottende schuld aangeeft. i. Liquiditeitspositie : De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden. j. Matching : Het afstemmen van de termijn waarvoor financieringsmiddelen worden aangetrokken op de termijn waarop vermogen is of wordt vastgelegd. k. Medium Term Note : Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal twee en maximaal dertig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden. l. Netto-vlottende schuld : Het bedrag van de vlottende schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van de contante gelden in kas, de tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rente typische looptijd van korter dan één jaar. m. Prudent : Zorgvuldigheid en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten, tot uitdrukking komend in een voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de uitzetting, derivaten daaronder begrepen. n. Publieke taak : De taak van de gemeente tot het dienen van het openbare belang, zoals gedefinieerd in de taakomschrijving van de gemeente in de gemeentewet. o. Rating : Kredietwaardigheid van financiële instellingen zoals beoordeeld door tenminste een van de drie rating agencies: Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch Ratings. p. Renterisico : Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van één jaar of langer. q. Renterisiconorm : Het bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, dat aangeeft welk deel van de vaste schuld maximaal in aanmerking komt voor aflossing en/of renteherziening. r. Rentetypische looptijd : Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. s. Rentevisie : Toekomstvisie over de renteontwikkeling. t. Saldobeheer : Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen. u. Schatkistbankieren : Het uitzetten van gelden bij het ministerie van Financiën. v. Treasuryfunctie : Alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. w. Vaste schuld : Het gezamenlijke bedrag van de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen. x. Vlottende schuld : Het gezamenlijke bedrag van de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar, de schuld in rekening-courant, de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden en overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld.

Rechtspraak bij dit artikel