Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Reis- en verblijfkosten raads- en burgerleden

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hoeksche Waard 2024

1.. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en de artikelen 3.1.7 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of burgerlid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3.. Als een raads- of burgerlid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raads- of burgerlid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel