Naar hoofdinhoud
Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage, de bestuursrapportage, over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste zes maanden van het lopende boekjaar. De bestuursrapportage wordt aan de raad aangeboden op het tijdstip als jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke planning. De inrichting van de bestuursrapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. De bestuursrapportage bevat in ieder geval: afwijking op de uitvoering van het beleid waaronder het beleid dat verbonden is aan de thema’s uit het collegeprogramma; afwijking op de raming van het resultaat van het huidige begrotingsjaar en meerjarenresultaat onderverdeeld naar baten en lasten per programma per taakveld, algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en toevoegingen en onttrekking aan de reserves per programma; afwijking op de raming van de investeringskredieten; uiteenzetting van de nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen per programma; vermelding van nieuwe risico’s. In de bestuursrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke raming van het resultaat van het huidige begrotingsjaar en meerjarenresultaat, zoals nader omschreven in lid 4b, afzonderlijk toegelicht voor zover groter dan € 25.000. Posten onder genoemd bedrag worden per programma samengevoegd weergegeven. De afwijkingen op de oorspronkelijke raming van de investeringskredieten worden afzonderlijk toegelicht zover de afwijking meer dan 10% van de oorspronkelijke raming bedraagt. Het college kan de raad voorstellen om restantbudgetten over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: het incidenteel budget betreft; het budget nodig is voor uitvoering van de activiteit in het volgende jaar en voor die activiteit in het volgende begrotingsjaar geen budget beschikbaar is; de uitvoering van de activiteit in het volgende begrotingsjaar past in de werkplanning en niet ten koste gaat van andere begrote activiteiten in het volgende begrotingsjaar; het budget niet al eerder is doorgeschoven; het over te hevelen budget maximaal het verschil is tussen het voor die activiteit begrote bedrag en reeds verrichte uitgaven; het over te hevelen budget bedraagt minimaal € 25.000.

Rechtspraak bij dit artikel