Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Procedure subsidievaststelling

Onderdeel van Subsidieregeling asbestvrije woningdaken in Almere

1.. De Subsidieaanvrager meldt, op de wijze als omschreven in het besluit tot subsidieverlening, binnen vier weken na voltooiing van de activiteit waarvoor subsidie is verleend en in ieder geval binnen twee jaar nadat de subsidie is verleend, aan het college dat de activiteit(en) zijn voltooid. 2.. Gelijktijdig met het doen van de in het eerste lid omschreven melding, dient de Subsidieaanvrager een aanvraag tot subsidievaststelling in. 3.. Bij het verzoek tot subsidievaststelling dient de subsidieaanvrager een eindverantwoording met in ieder geval: bewijs dat de activiteit(en), zoals bedoeld in artikel 5 en 6, plaats heeft (of hebben) gevonden; de opdrachtbevestigingen, facturen en bankafschriften van alle met behulp van de subsidie uitgevoerde activiteiten, als bedoeld in artikel 5 en 6; bankafschriften waaruit blijkt dat de te verantwoorden kosten zijn betaald. 4.. Het college stelt de subsidie vast conform Afdeling 4.2.5 Algemene wet bestuursrecht. Daarbij stelt het college het bedrag waarvoor subsidie is verleend, vast op het bedrag waarvoor de Subsidieaanvrager in de periode van twee jaar na subsidieverlening overeenkomstig artikel 13 voorschotten zijn verleend. Indien een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend voordat deze termijn van twee jaar is verlopen, stelt het college het bedrag waarvoor subsidie is verleend, vast op het bedrag waarvoor op het moment van subsidievaststelling voorschotten zijn verleend overeenkomstig artikel 13. 5.. Indien de Subsidieaanvrager twee jaar nadat de subsidie is verleend, nog geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend, als omschreven in het tweede lid, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel