**1..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheden, zoals deze in de Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ aan het college zijn gegeven. In dit kader:
herziet dan wel trekt het college het recht op uitkering in ingevolge artikel 54, lid 1, 3 sub b en 4 van de Participatiewet en 17, lid 1, 3 sub b en 4 van de IOAW en IOAZ, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend;
maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet, artikel 12, tweede lid, onderdeel c, artikel 39, eerste lid, onderdeel a onder 3, artikel 39, tweede lid, artikel 41, vierde en vijfde lid, en artikel 43, derde lid, van het Bbz, artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; en
bruteert het college de vordering, welke is ontstaan door gebruik te maken van de onder b. genoemde bevoegdheden, bij gebreke van niet tijdige betaling.
vordert het college het bedrijfskapitaal, dat is toegekend op grond van artikel 20 en 24 Bbz, terug als belanghebbende ook na een tweede aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldoet;
continueert het college, in geval van verwijtbare bedrijfsbeëindiging, de lening tegen dezelfde condities als het bedrijfskapitaal is verstrekt. Dat betekent met hetzelfde aflossingsbedrag en rentetarief.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering, verrekening en brutering
Onderdeel van Beleidsregels Terug-en invordering Participatiewet gemeente Maashorst 2022