De gemeente kan een Bibob-toets uitvoeren bij een aanvraag om een subsidie of een reeds verleende subsidie waarbij de gemeente partij is, als:
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in de Bijlage 1 genoemde risicocategorieën en/of risicogebieden;
de te subsidiëren activiteit plaatsvindt in een gebouw, gebied of branche dat op basis van artikel 2:34c van de APV door de burgemeester is aangewezen. Dit geldt ook wanneer de subsidieaanvrager of -ontvanger in dit gebouw of gebied is gevestigd en de te subsidiëren activiteit op een andere locatie plaatsvindt;
als er sprake is van informatie:
die bij de gemeente bekend is (eigen ambtelijke informatie);
van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;
van het Bureau (bijvoorbeeld een tip zoals bedoeld in artikel 11 en/of informatie zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob);
van het OM (OM-tip, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob);
van een bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet (zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob).
Het gaat hierbij om duidelijke aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen, dat ten aanzien van de betrokkene(n) en/of derde(n) als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de wet, mogelijk sprake is van een mindere mate van gevaar of ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.5
Subsidies
Onderdeel van Beleidslijn Bibob Gemeente Hardinxveld-Giessendam 2023