Er mag van uitgegaan worden dat het algemeen gangbaar is dat huisgenoten elkaar helpen met de dagelijkse activiteiten die geen specialistische hulp vereisen. In aanvulling op het gestelde in artikel 5 worden in het kader van begeleiding in ieder geval de volgende taken als gebruikelijke hulp aangemerkt binnen een leefeenheid:
Het geven van begeleiding aan een cliënt op het terrein van de maatschappelijke participatie (bijvoorbeeld het bieden van begeleiding bij activiteiten buitenshuis, zoals winkelen, bezoek aan museum, theater, strand, bos, etc. inclusief begeleiding bij vervoer);
Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, (huis)arts, paramedicus etc.;
Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de (financiële) administratie, boodschappen, verzorgen van maaltijden, regie voeren over het huishouden. Hiertoe behoort ook het aansporen tot of het herinneren aan het uitvoeren van genoemde taken door cliënt;
Overname of begeleiding bieden bij ADL-taken zoals het aansporen om op te staan of het toezien van het nuttigen van maaltijden/dranken;
Het communiceren met derden zoals instanties, artsen, familie etc.;
Het voeren van ventilerende gesprekken en het doornemen van de dag met elkaar.
HOOFDSTUK 3 › § 3.6
Artikel 23.
Gebruikelijke hulp bij begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2024