Een omgevingsplan dat een nieuwe verkeers- of spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied niet hoger is dan de standaardwaarden, die zijn opgenomen in tabel 3.34 van het Bkl. Bij een wijziging van de weg mag het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied niet hoger zijn dan de standaardwaarde of niet hoger dan het geluidniveau op het geluidgevoelig gebouw op het tijdstip van wijziging van het omgevingsplan. De standaardwaarde wordt evenals de grenswaarde voor de hier te beschouwen wegen en spoorwegen uitgedrukt in dB Lden. Dit betreft een jaar gemiddelde geluidbelasting.
Voor gemeente- en waterschapswegen is de standaardwaarde 53 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 dB Lden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.1.1.
Standaardwaarden
Onderdeel van Geluidbeleid – Geluid in geluidaandachtsgebieden