Een toename van meer dan 1,5 dB is mogelijk. Dit kan, indien aangetoond wordt dat:
geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om de toename boven de 1,5 dB te voorkomen;
de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl.
geluidbeperkende maatregelen, die financieel doelmatig zijn en hiertegen geen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan, in aanmerking worden genomen.
Voor gemeente- en waterschapswegen is de grenswaarde 70 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 70 dB Lden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.1.
Grenswaarden
Onderdeel van Geluidbeleid – Geluid in geluidaandachtsgebieden