Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 15.

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Neder-Betuwe 2024

1.. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, als de aanbieder die bijdrage vraagt; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb, tenzij de specifieke voorziening is uitgezonderd. 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 4.. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het abonnementstarief zoals bepaald in artikel 2.1.4, 3e lid, en 2.1.4a, 4e lid, Wmo 2015 6.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode door: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120 % van de landelijk geldende bijstandsnorm de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm. de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan 120 % van de landelijk geldende bijstandsnorm. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb vastgesteld en geïnd door de opvangorganisatie. 8.. Als een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 1:394 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 9.. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. 10.. In afwijking op lid 5 is de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoer per rit gelijk aan de in het regionale contract voor aanvullend vervoer (Versis) geldende tarieven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel