Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening, met de rechtmatigheidsverantwoording, conform de geldende interne- en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor de accountantscontrole. 2.. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. 3.. Bij de jaarrekening bevestigen burgemeester en wethouders schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt. 4.. Burgemeester en wethouders overleggen de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaringen en het verslag van bevindingen tijdig aan de raad, met dien verstande, dat – na besluitvorming door de raad – wordt voldaan aan de termijn van indiening van de stukken aan de Provincie vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 5.. Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door burgemeester en wethouders aan de raad en de accountant gemeld. 6.. De accountant maakt voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders zo veel mogelijk gebruik van het namens burgemeester en wethouders uitgevoerde onafhankelijke onderzoek. 7.. De accountant maakt in de accountantscontrole zo veel mogelijk gebruik van de aanwezige interne beheersing van de werkzaamheden van de interne auditfunctie van de gemeente en stimuleert door een zo veel mogelijke systeemgerichte accountantscontrole de verdere kwaliteitsverbetering en professionalisering.

Rechtspraak bij dit artikel