Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.1.

Werken volgens de Wkb

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH gemeente Borger-Odoorn 2023 - 2027

Met de Omgevingswet treedt tevens de Wkb inwerking. Met de invoering van deze twee nieuwe wetten wordt een bouwactiviteit feitelijk gescheiden in een technisch gedeelte en een ruimtelijk gedeelte. Dit levert ook twee activiteiten op, te weten de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Er is dus een zogenaamde knip in de vergunning ontstaan. Gefaseerde invoering van de wet In de Wkb wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën bouwwerken. Het gaat hierbij om gevolgklasse 1 tot en met 3, waarbij gevolgklasse 1 de laagste risicoklasse is, en gevolgklasse 3 de hoogste risico’s bevat. De wet wordt niet meteen ingevoerd voor alle bouwwerken, maar gaat als eerste gelden voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Afhankelijk van de ervaringen en de evaluatie, volgen vanaf 2025 de bouwwerken in de hogere risicoklassen. Door een gefaseerde invoering van de wet kunnen gemeenten, bouwbedrijven en kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met de nieuwe wijze van toezicht in de bouw. In de Factsheet ‘Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen : Gevolgklassen’ van het Ministerie (Bijlage III) is te vinden welke bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen. Gevolgklasse 1 (eerste fase Wkb) Onder de Wkb hoeven bouwplannen, die onder gevolgklasse 1 vallen, bij de vergunningaanvraag geen technische toetsing van de gemeente meer te ondergaan. In deze gevallen is slechts een planologische toets nodig van de gemeente, en wordt de technische toetsing uitgevoerd door een private kwaliteitsborger. Het kan voorkomen dat bepaalde bouwwerken die onder deze gevolgklasse vallen, wel een diepgaande technische toetsing van de gemeente vergen op basis van de Toetsmatrix Bbl. In dergelijke gevallen wordt, voor zover dit al niet is verwerkt in de Toetsmatrix, afgeweken van de Toetsmatrix Bbl, en zal geen diepgaande toetsing uitgevoerd worden door de gemeente. Deze taak is immers belegd bij de private kwaliteitsborger, die gedurende de bouw toetst of het bouwplan voldoet aan de technische vereisten. Het toetsniveau van deze bouwwerken door de gemeente wordt dan ook, in afwijking van de Toetsmatrix Bbl, verlaagd tot een minimaal niveau. Voor het bouwtechnische gedeelte van een bouwplan geldt onder de Wkb meldingsplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer op verschillende momenten een melding moet doen bij de gemeente. In onderstaande figuur is dit proces schematisch weergegeven: Het proces van de meldingsplicht onder de Wkb Bouwmelding Minstens vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden moet de initiatiefnemer een melding doen aan de gemeente. De gemeente controleert of de melding compleet is. Het gaat erom dat gegevens zoals naam- en adresgegevens, een beschrijving van het bouwwerk, de kwaliteitsborger, het gebruikte toetsinstrument, de risicobeoordeling en het borgingsplan aangeleverd worden. In de risicobeoordeling dienen locatiespecifieke omstandigheden meegenomen te zijn. Een inhoudelijke beoordeling van de stukken wordt niet uitgevoerd door de gemeente. Het inhoudelijk controleren van het bouwplan, het in kaart brengen van risico’s en de controle tijdens de bouw zijn namelijk de taak van de kwaliteitsborger, en niet meer van de gemeente. De gemeente blijft wel het bevoegd gezag. Dit betekent dat wanneer de kwaliteitsborger constateert dat bepaalde aspecten niet voldoen aan het Bbl, de gemeente bevoegd is om te handhaven. De gemeente bevestigt de volledigheid en juistheid van de bouwmelding per brief aan de initiatiefnemer. Gereedmelding Als het gebouw technisch klaar is, moet de initiatiefnemer een gereedmelding doen bij de gemeente. Dit moet uiterlijk twee weken voor de ingebruikname van het bouwwerk. Bij deze melding moet een goedkeurende verklaring van de kwaliteitsborger zijn opgenomen, met de mededeling dat hij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan het Bbl. Ook hier vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats van de stukken, maar slechts een controle op volledigheid en kwaliteit van de stukken. De gemeente gaat uit van het vertrouwen op de kwaliteitsborger, tenzij er aanleiding is om anders te veronderstellen. De gemeente bevestigt de volledigheid en juistheid van de gereedmelding per brief aan de initiatiefnemer. Uitgangspunten werkwijze Grofweg zijn er twee situaties te onderscheiden, te weten de situatie waarin alles naar wens verloopt, en dus sprake is van een zogeheten ‘happy flow’, en de situatie waarin niet alles verloopt zoals het zou moeten, en er dus sprake is van een zogeheten ‘unhappy-flow’. Happy Flow Een Happy Flow is de situatie waarin de termijnen om de verschillende meldingen te doen in acht genomen worden, de stukken juist en compleet zijn en het bouwwerk een goedkeurende verklaring van een geregistreerde kwaliteitsborger heeft gekregen. Verder voldoen de risicobeoordeling en het borgingsplan. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het bouwwerk niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Omdat alle aspecten van het proces goed verlopen, en er geen aanleiding is om aan te nemen dat het bouwwerk niet voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten, voert de gemeente geen diepgaande controle uit op de stukken, en wordt het bouwwerk niet bezocht door een toezichthouder. Er kunnen omstandigheden zijn in een Happy Flow die toch aanleiding geven voor de gemeente om een inhoudelijke beoordeling uit te voeren, vooraf informatie op te vragen over de bouwactiviteit of om zelf toezicht te houden. Dit kan onder andere het geval zijn wanneer: Bijzondere lokale omstandigheden zijn meegegeven aan de kwaliteitsborger, die aanleiding geven tot extra controle door de gemeente. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij klei- of veenlagen in de ondergrond, watervoerende lagen in de ondergrond, specifieke funderingsconstructies en windbelasting op een bouwwerk als gevolg van bouwwerken in de omgeving; Themacontroles, zoals bijvoorbeeld bij door het Rijk aangedragen thema’s; Specifieke omgevingsrisico’s voor omliggende percelen. Unhappy-Flow Van een Unhappy-Flow is sprake indien zaken niet lopen zoals dit zou moeten. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van één van de onderstaande situaties: Onvolledige bouw- of gereedmelding; Niet voldaan aan informatieplicht begin bouwwerkzaamheden; Bouwen zonder kwaliteitsborger of bouwmelding; Twijfels over de kwaliteit van de kwaliteitsborger; Strijdigheid met het Bbl. In dergelijke situaties is het aan de gemeente om al dan niet op te treden. Per situatie zal beoordeeld moeten worden hoe ernstig de overtreding is, en in welke mate er gevolgen zijn voor bijvoorbeeld de veiligheid of gezondheid van de toekomstige bewoners of gebruikers. Is bijvoorbeeld sprake van strijdigheid met het Bbl, maar is er geen sprake van gevaar voor de veiligheid of gezondheid van bewoners of gebruikers, of is de overtreding minimaal, dan kan handhaving achterwege gelaten worden. Ook kan bijvoorbeeld een voorwaardelijke voltooiingsverklaring afgegeven worden, indien aangegeven wordt dat de strijdigheid nog opgelost wordt. In bijlage IV zijn de hiervoor genoemde situaties uitgewerkt, en wordt beschreven op welke wijze de gemeente hiermee omgaat. Gevolgklasse 2 en 3 (latere fase) De Wkb gaat in eerste instantie nog niet gelden voor bouwwerken die onder gevolgklasse 2 en 3 vallen. Voor bouwplannen die onder deze gevolgklassen vallen is de Toetsmatrix Bbl nog steeds leidend, nu de gemeente in deze gevallen nog steeds verantwoordelijk is voor de technische toetsing. Ook blijft het toezicht op de bouw van deze bouwwerken verantwoordelijkheid van de gemeente. Monitoring en evaluatie De Wkb vergt een nieuwe manier van vergunnen en toezicht houden. Met name het eerste jaar zal een jaar worden waarin we ons de nieuwe werkwijze eigen moeten maken. Het kan dan ook voorkomen dat de werkwijze zoals in deze U&H-Strategie uiteengezet is, niet voldoet aan de ervaringen uit de praktijk. Daarom gaan we een jaar na de inwerkingtreding van de Ow en de Wkb evalueren hoe de nieuwe manier van werken gaat, en of onze werkwijze afdoende is. Om te bepalen of de bouwkwaliteit voldoende is, en of wij als gemeente wellicht meer inhoudelijk moeten beoordelen, zal gedurende het eerste jaar 10% van het totale aantal dossiers dat onder de Wkb valt, beoordeeld worden. Mocht blijken dat de voorgenomen werkwijze niet voldoet, dan kan bijgestuurd worden.

Rechtspraak bij dit artikel