Naar hoofdinhoud
1.. Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt voor zover het bevoegdheden van het college of de burgemeester betreft, mandaat en machtiging verleend overeenkomstig het bij dit besluit behorende mandaatregister, dat is opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit. 2.. De bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaar- schriften, bedoeld in afdeling 7.2 van de Algemene wet bestuursrecht. 3.. Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt mandaat en machtiging verleend om namens het college alle feitelijke handelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel